Juul van der Zandt

Status-quo


 
Performance
Duur: 10:47 min.


De groeiende belangstelling voor vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden heeft de afgelopen jaren geleid tot een heuse vrijwilligersindustrie. Deze industrie wordt ook wel aangeduid als voluntourism: hulp bieden, bijvoorbeeld aan kwetsbare kinderen, en tegelijkertijd een bijzondere reiservaring opdoen in een ver land. Het klinkt als een mooie uitkomst voor beide partijen, maar zodra je erop inzoomt, blijkt dat het helaas ook nadelige effecten heeft. Meer dan we aanvankelijk zouden denken.


Performance ‘Status-quo’


Still uit performance

Still uit performance
Ondanks alle goede bedoelingen van vrijwilligers, spelen andere zaken ook een grote rol. Denk hierbij aan het verfraaien van een curriculum vitae, het strelen van je eigen ego en het bijbehorende profileren van jouw goodwill. Weeshuizen blijken eveneens, ongeacht de mooie intenties, te profiteren van het fenomeen in kwestie. Vrijwilligers dienen een fors bedrag neer te leggen; weeshuizen besteden deze inkomsten weliswaar aan wezen, maar stoppen ook een groot deel in eigen zak. Zowel weeskinderen als vrijwilligers zijn het slachtoffer van een op het eerste gezicht mooi initiatief. Het gevolg van dit verdienmodel is dat het aantal kinderen in weeshuizen stijgt, terwijl het aantal daadwerkelijke weeskinderen afneemt. Er ontstaat een disbalans.                      

Status-quo schetst op symbolische wijze het verlangen naar een ideale balans tussen vraag en aanbod binnen voluntourism. In de performance staan de vrijwilliger en het weeskind centraal. Wat heeft een weeskind nodig en in hoeverre kun je als vrijwilliger een bijdrage leveren? Tot op welke hoogte poetst een vrijwilliger in de eerste plaats zijn eigen imago op, of wordt dat imago zelfs witgewassen? Je kunt je ook afvragen waar het weeskind zelf naar verlangt en door wie de zorgbehoefte is geformuleerd.
De performance bestaat uit verwoede pogingen om een balans te vinden tussen verschillende objecten. De witte en zwarte objecten zijn metaforen voor verschillende begrippen. Gaandeweg wordt zichtbaar dat het onmogelijk is om een evenwichtige toren te bouwen, hoezeer we ook ons best doen. Een pijnlijk en tevergeefs zoeken, keer op keer, naar de juiste balans. Op deze manier wordt een onzichtbare wereld zichtbaar gemaakt. Een wereld waarin alle harde en zachte contrasten gevisualiseerd worden, zonder teveel te oordelen. Het leven is namelijk niet zwart of wit. Nee. Het is oneindig veel tinten grijs.

Eindhoven, mei 2020




Meer werk: